Leer optellen in 4 stappen

Op deze pagina kan je leren rekenen en leuke oefeningen maken.

Wat is optellen?

Bij optellen tel je twee (of meer) termen bij elkaar op. Een optelsom wordt ook wel een som of een plussom genoemd. Tijd voor een voorbeeld. 

Voorbeeld
Stel dat jij 4 snoepjes hebt en Frederik heeft 3 snoepjes. Dan hebben jullie samen 4 + 3 snoepjes. Je telt 4 en 3 bij elkaar op. Samen hebben jullie 7 snoepjes.

📖 Optellen
Het samenvoegen van twee (of meer) termen.

Een optelsom bestaat niet altijd enkel uit gehele getallen. Je kan ook optellen met breuken of kommagetallen. 

Waarom leer je optellen?

Het is belangrijk dat je goed en snel leert optellen. Deze basisbewerking heb je nog vaak nodig bij andere oefeningen zoals bij cijferen en breuken. Hoe je moet optellen? Leer het hieronder.

Optellen tot 10

In het eerste leerjaar of groep 3 leer je optellen tot 10. Optelsommen tot 10 zijn handig om het concept van optellen aan te leren, je kan namelijk je vingers gebruiken in het begin.

Het visualiseren van een optelsom helpt om het optellen visueel herkenbaar te maken. Zeker als het getalbegrip nog niet optimaal is, helpt een visuele voorstelling.

Gebruik bij het aanleren of het inoefenen met koekjes, knikkers of vingers. Wij hebben gekozen voor koekjes 😋.

In het begin zal je kind elk koekje afgaan en optellen, maar dat is zeker niet erg. Hiermee oefent je kind één meer te doen en dat is hetzelfde als +1.

Voor de overgang naar een optelsom met twee termen (in plaats van 1+1+1+1+1) gebruik je best  getalbeelden

Getalbeelden kent je kind al van getallenkennis. Hou er rekening mee dat niet elke methode dezelfde getalbeelden gebruikt.

📖 Getalbeeld
Een visueel patroon van een getal in een geordende vorm. De tussenstap om van abstracte objecten (koekjes) naar getallen te gaan.

  1. Tel het aantal koekjes in de linkse groep
  2. Kleur evenveel vierkantjes blauw in het getalbeeld
  3. Tel het aantal koekjes in de rechtse groep
  4. Kleur evenveel vierkantjes rood in het getalbeeld
  5.  Voeg de twee getalbeelden samen in het derde getalbeeld.  
  6. Schrijf de getallen op die bij de getalbeelden horen. 

Het getal dat hoort bij je derde getalbeeld is de oplossing van de plussom. Super! Hoeveel koekjes zijn er?

Merk je dat de vertaling van getalbeeld naar getal nog niet vlot gaat? Oefen dan eerst op jouw getallenkennis.

Goed geoefend! Eet gerust een koekje, daarmee oefen je direct het aftrekken 😉.

⚡ Tip: Gebruik knikkers, koekjes of snoepjes om het optellen visueel te maken.

Alle koekjes opgegeten, maar wil je toch verder oefenen? Probeer dan de adaptieve oefenapp van Wijsr. Je leert en automatiseert er visueel optellen tot 10.  

Op zoek naar koekjesrecepten? Hier vind je 111 koekjesrecepten, voor elk wat wils!

Optellen tot 10 oefenen

Hieronder vind je enkele optelsommen tot 10, veel succes!

Optellen tot 20

Oh nee, sommen tot 20. Zoveel vingers hebben we niet. 

20 koekjes? Daar krijg je snel buikpijn van. 

20 knikkers? Die rollen van de tafel. 

Hoe leer je dan optellen tot 20? 

Optellen tot 20 zonder brug

Soms lijkt optellen tot 20 erg op optellen tot 10. Kijk maar naar onderstaande oefeningen.

T + E 

10 + 5 = 15

10 + 7 = 17

10 + 2 = 12

Als een term enkel een tiental is zonder eenheden, dan is de uitkomst van T + E = TE. Dat kan jij ook, probeer maar:

De eerste term kan ook een tiental mét eenheden zijn, zoals 12. Als je 12 splits in tientallen en eenheden dan krijg je 10 én 2. 

Je kan een TE + E oefening omvorming naar een T + E oefening.

12+5 lijkt misschien moeilijk, maar 10 + 2 + 5 kan je wel. 

TE + E

11 + 5 = 10 + 1 + 5 = 10 + 6 = 16

12 + 7 = 10 + 2 + 7 = 10 + 9 = 19

13 + 2 = 10 + 3 + 2 = 10 + 5 = 15

Probeer hieronder 5 oefeningen mét tussenstap en 5 zonder.

Optellen tot 20 met brug

Optelsommen tot 20 los je eerst op met een brug. Deze brug is een tussenstap. Je vult eerst de eerste term aan tot 10. Vervolgens tel je er de resterende eenheden bij.

Optellen tot 20 oefenen

Optellen tot 100

Optellen tot 100 met brug

Optellen tot 100 zonder brug

Optellen tot 100 oefenen

Rekentaal

📖 Som
De uitkomst van een optelling.

📖 Term
De elementen van een optellingen. Je telt de termen bij elkaar op.

📖 Verwisselen
2 + 4 = 4 + 2. Je mag de termen van een optelsom van plaats verwisselen.

📖 E
De letter E wordt gebruikt voor eenheden uit te drukken. Bij het getal 14, is het aantal eenheden 4.

📖 T
De letter T wordt gebruikt om tientallen uit te drukken. Bij het getal 14, is het aantal tientallen 1.

Op deze pagina